vrijdag 15 december 2017

Phida Wolff -- Laatste wil

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

lunatic news
in memoriam
over dit gedicht
boeken








• Ter gelegenheid van de voetbalderby Sparta-Feyenoord. Phida Wolff was een in Feyenoord-kringen beroemde administrateur en chroniqueur van de club. En soms dichter.



Laatste wil
Honi soit qui mal y pense

Het liep af met opa Bakker,
wat je in zijn ogen las,
zodat ’t voorland van de stakker
weldra het Hiernamaals was.
Kreunend lag hij op zijn sponde,
op de eens zo sterke beer
keken in die laatste stonde
bijkans tachtig jaren neer.

Opa lag naar lucht te hijgen
en een vriend, die bij hem zat,
kon niet anders doen dan zwijgen
wijl hij zo’n compassie had
met het vreselijke lijden
van zijn oude, doch vroeg toen
of hij voor de haast verscheiden
makker soms nog iets kon doen.

Ja, zei opa, hees van fluister,
steeds was ‘k lid van Feyenoord,
en hij mompelde in ’t duister:
Da’s een kluppie, op m’n woord,
maar ik zou zo gaarne willen
dat ik vóór mijn eind begon,
en zijn hand begon te trillen…
lid van Sparta worden kon.

Lid van Sparta, vroeg de ander,
jaren zelf als Spartapiet,
hoe boks ik dát voor mekander,
opa, vast, dat lukt me niet.
Doe je best en doe het spoedig,
gromde opa, liefst meteen.
Goed dan, zei de vrind manmoedig,
nu, dan ga ik maar meteen…

Toen hij opa wou verlaten
om zijn vrindenplicht te doen
vroeg hij, min of meer gelaten:
waarom moe’k dat voor je doen?
Och, zei opa onverstoorder
dan je ooit nog denken kan,
liever dan een Feyenoorder
zie ‘k een dooie Spartaman…


Phida Wolff (1906-1998)






• Spartapietste stripblad van Nederland: Zone 5300

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

woensdag 13 december 2017

Anneke Brassinga -- Schrenslompen

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

kb
wikipedia
dbnl
leestafel
poetry


• portret: chris van houts





Schrenslompen

Schrenslompen, dat doe je
in een schuurtje als het koud is.
Schrijlingse geiligheid, slompen
is sowieso al hartverwarmend
maar schrens, dat is schrijnend,
beverig, heartrending. Schr, schr,
een schrobzaagje. Met jouw armpje
tussen mijn benen, in de kou
hou ik het meest van jou. Slompen?
Een niet bestaand woord
is het beste woord voor intieme
en ultieme bezigheden binnenshuis.
Wanneer het hart er werkelijk bij breekt
is er sprake van schrenslompen.
Over de grens, over de schreef,
afdwalend van taal naar emotie,
het onzegbare.
Ik mag ze wel, de woorden met ens.
‘O ja? Mens?’ Dat is wat al te bloot.
Trens, flens, een naar buiten krullend
randje aan mijn olieleiding, daar waar
die de wartel ingaat en beide zich verenigen,
een plens olie doorlaten. Die verderop
de knelkoppeling passeert. Zo zijn ook wij
mensen een samenstel van flensen
en vooral knelkoppelingen, en uiteindelijk
een pot vuur die blauwe ogen biedt
maar niet zo heel veel warmte.
Pas bij het schrenslompen wordt de gloed
verzaligend, wensvervullend.
Wie weet is wens wel het mooiste woord.
Op zich kort, maar in gedachten
oneindig groot. Neen, ik weet wel
dat schrenslompen geen werkwoord is.
Het zijn lompen die worden of zijn
geschrensd, in kleine flarden gescheurd
ter bereiding van hoogwaardig papier,
om wensen op neer te schrijven,
al dan niet schrijnende gedachten,
voortschrijdend van links naar rechts.
Maar wat zijn lompen? Net zoiets
als wensen, op zich onbruikbaar,
maar oneindig veel mogelijkheden
van verleden en toekomst behelzend.
In de allesbehelzende Elzeprop
slaap ik in lompen, schrijf ik
op lompen, verduister ik 's avonds
de raampjes met lompenzakken.
Een prop is ook een soort lomp,
als het woord een enkelvoud bezat,
niet alleen als prop lomphoudend
geschrenslompt papier, maar ook
als onbepaaldheid, grenzeloze
identiteit. ‘Mooi’ heeft te maken
met het grenzeloze, of met dat
wat grenzen laat zien en daarmee
overschrijdbaar maakt. Mooi is meer
dan er alleen maar is, is diepte,
verwijzing naar verder. Niet dan?
Zo is Rembrandts Saul en David
in het Mauritshuis mooi niet alleen
omdat het ontroerend is
een koning te zien huilen om muziek
van een volkse harpspeler, het is ook mooi
omdat de compositie van het doek
uit lijnen bestaat die allemaal
schuin en evenwijdig lopen, als harpsnaren.
Alleen de belangrijkste snaar,
die de snaar in ons gemoed beroert
is niet afgebeeld: die van het hoofd
van de luisterende vorst naar het hoofd
van de muzikant. Dat is het meer
dat mooi is: er zijn lijnen als harpsnaren
gespannen, sommige onzichtbaar
en de rest is duisternis. De vorst
(in weelderige lompen gehuld) overschrijdt
de grens van het doek doordat hij ons aan-
kijkt, nietsziend, met zijn schreiend oog,
bol en verdwaasd. Als men daarvan niet
aan het schrenslompen slaat...
Vertwijfeld met de armen slaand verdrinkend
in een vloed, een vlammenzee
van verdwazende maar niet echt
beangstigende emoties. Daarbij worden
aan flarden gescheurd
de alledaagse driften, ze worden
tot gloeiende lompen in donkere nevel.
Rembrandt brandt in mijn herinnering:
ver over de grens, in de slompen
van de blauwogige vuurpot, ver, ver
voorbij elke knelkoppeling.
Schreiend staat men vaak
op de grens van angst en vrijheid.
Als een mens in lompen
die niet in de afgrond wil vallen
maar ook niet wil stikken
in een veilig hol. De nacht
is het embleem daarvan - grenzeloos
maar ondoordringbaar als een muur.
Daarom is schrenslompen 's nachts
dubbel genot. Een grote reis, eenzaam
maar niet alleen. Sloop uw grenzen!
Slomp uw schrenzen! Schrijlings
zult u reizen naar 's herrijzenden dags
zengende, zingende zon. Zondeloos
verzinnelijkt het eens zo kille innerlijk.


Anneke Brassinga (1948)
uit: Landgoed (1989)






• Schrenslomperste stripblad van Nederland: Zone 5300

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Nachoem M. Wijnberg -- Ochtend & Mijn vader gaat naar Amerika

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
npe
kb
leest voor







• Nachoem Wijnberg krijgt de P.C. Hooftprijs 2018.



Ochtend

Schreeuwen
en om je heen slaan
waar nog niemand is.

Mist boven water,
zoals wat eerder herkent dan beslist.

De geur van de haren
van wie ver weg in de mist staat.

Is het ochtend of avond?

Voordat ze haar haren wast
borstelt ze die een halfuur.

Je hebt je gehaast
en het is nog niet helemaal licht.

Je ziet en
herinnert je
de mist van vorig jaar
omdat je nog steeds hier bent.

uit: Voor jou, van jou (2017)

*


Mijn vader gaat naar Amerika

Mijn vader gaat naar Amerika, mijn moeder wordt niet oud. dat kan
ook moeilijk anders met het werk dat zij doet.
Zij maakt schoon in de huizen van anderen en aan het einde van de
dag krijgt zij een bord soep om mee naar huis te nemen.
Op school hoef ik niets op te schrijven, één keer horen en ik weet
het voor altijd.
Als ik toch iets opschrijf is het een gedicht, ik kom het huis binnen
en kan mijn moeder niet vinden.
Dat is wat maakt dat ik het koud heb, alsof ik haar zie staan en een
stap naar haar toe zet.
Mijn vader gaat niet naar Amerika, maar laat niet meer van zich
horen.
Ongerust dat een gedicht nog niet af is? Een gedicht kan ik schrijven
wanneer ik wil.


Nachoem Wijnberg (1961)
uit: het leven van (2008)






• Amerikanietste stripblad van Nederland: Zone 5300

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

maandag 11 december 2017

Benno Barnard -- Hé hond

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
leestafel
schrijversinfo
Huub Beurskens over dit gedicht







Hé hond

Op een dag in de Gouden Eeuw tekent Gerbrand
van den Eeckhout (geb. 1621) met penseel
en bruine inkt zijn jonge hond uit de losse pols,

waaraan een vaste hand. De man glimlacht even
om de bastaard, half labrador, half asvat. De kop zinkt
op de voorpoten: nog voor de stroeve kurk

uit het glazen potje komt, ligt hij al in zijn roerloze
pose van ingehouden goudbruine hondachtigheid.
Hé hond, hoe heet je? Je bent weliswaar

al een paar honderd hondengeneraties dood,
maar we kunnen toch praten? Spits nu alsjeblieft je oren.
Weet je wat ik benijd? Dat volkomen oprollen

op deze plek en dit moment, die eigen eenheid
van tijd, plaats en handeling. En dat eeuwige optimisme
(‘We gaan wandelen, hè?’). Wijlen mijn vader zei vaak

dat hij jaloers was op je staart – naar het schijnt
hebben we de onze ingeruild voor ons geheugen,
een wankele methode om in evenwicht te blijven.

Kom, we maken een ommetje langs de gracht. Gerbrand
knijpt net de meid in haar kont. Jij bent klaar.
Ik zie dat je me hoort: je rechterwenkbrauw trilde even.


Benno Barnard (1954)
uit: Het trouwservies (2017)






































• Het hondelijkste stripblad van Nederland: Zone 5300

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

zaterdag 9 december 2017

Jan Arends -- vijf nagelaten gedichten

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
poëzieroute leeuwarden
wat gedichten








Als
ik niets te doen heb
zit ik buiten
in de zon
en poets mijn trompet.

Ik ga liever
het huis niet binnen.

Schreeuwen
met een vrouw
is niet goed.

Het maakt je vies
en ongewassen van schaamte.

Nu
ik toch oud ben
kan ik schaamhaar
beter buiten
mijn leven laten.

Ik poets
mijn trompet
en blaas erop
en dat is goed
voor mij.


*


Wie
brood
uit de goot
haalt
buigt
voor zijn eten.


*


Er denkt
in mij
wat niet van mij is.

Als ik denk
denk ik behoedzaam
met het andere mee.

Het zijn mensen
die in mij denken.

Wat ik
van verstand vind.

Het is
wat ik van het leven
begrepen heb
dat in mij denkt.


*


Het
donkert
duisternis.

Daar
kunnen wij
niets
aan doen.

Het
zal
duisternis
sneeuwen
als nooit
tevoren.

Toch
kunnen wij
er niets
aan doen.


*


Ik
kan er niets
aan doen
maar
ik
zie alleen maar
een grote
grauwe troep
naar
het einde
vluchten.


Jan Arends (1925-1974)
uit: Nagelaten gedichten (1986)




• Het trompetterikste stripblad van Nederland: Zone 5300

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Anna Blaman -- Regen

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
website
dbnl
letterkundig museum
paar gedichten







Regen

Het lied is tot een dreun versleten
Ik stop mijn oren dicht en schrei
Jij regen, van een droom bezeten
en zonder kentering of tij -
eerst dacht ik dat wij samen zongen
een hymne tussen God en grond
dat ons bijeenbehoren was voldongen
omdat ook ik daar tussen stond

Je grote lied, je grijze ogen
verwijlen smachtend voor mijn ruit
Het is het zinloos mededogen
van een vampyr voor zijn buit
Het hoofd omlaag de hemel uitgesprongen
tussen de flatten door, een luchtmeermin,
zal jij me, naar het venster heengedrongen,
hymnisch verleiden de gore straatgoot in


Anna Blaman (1905-1960)
uit: Anna Blaman over zichzelf en anderen (1968)




• Het luchtmeerminste stripblad van Nederland: Zone 5300

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Anna Blaman -- Flirtation

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
website
dbnl
letterkundig museum
paar gedichten







Flirtation

De ganse stad zwicht in mijn vuist
en om de hemel niet te schenden
moet ik mij fluist'rend tot u wenden
in woorden honderdvoud gekuist

Wij zweven in de kleurenwand
van berstensmooi zeepbelgedroom
Ik manoeuvreer - en gij laat loom
alle verantwoording aan kant

Wanneer wij op een klip vergaan
zal ik u trouweloos verlaten
Ik kan uw liefde niet bestaan

en derailleer in eigen baan
zodra daar weerkeren de straten,
mijn pauperhart, mijn schoenzoolgaten


Anna Blaman (1905-1960)
uit: Anna Blaman over zichzelf en anderen (1968)




• Het snorren-en-sabels-stripblad van Nederland: Zone 5300

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

vrijdag 8 december 2017

Hélène Swarth -- Brynhilde

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
wat gedichten
dbnl
historici
graf








Brynhilde

En Sigurd trad de burchtzaal in. Daar lag
een jonge held in vollen wapendos.
Den slaper nam den helm hij af en 't ros -
goud pantser korf hij open. En hij zag

een aanschijn, lieflijk als een lentedag,
waarlangs een vloed van gulden lokken los
neergolfde, en, op die donzen wang, den blos,
waar slechts een maagdekoon mee prijken mag.

Hoe beeft, bij 't staren naar die blanke borst,
Brynhildes helm en 't heldenzwaard ter hand,
hij die geen vreeze kent, van liefdedorst!

Ze ontwaakt, zij rilt en richt zich op... zij spreekt:
- ‘Heil wie mij wekt! Wie zijt ge en uit welk land?’
wijl de onversaagde bij haar blik verbleekt.


Hélène Swarth (1859-1941)
uit: Blauwe bloemen (1884)




• Het snorren-en-sabels-stripblad van Nederland: Zone 5300

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

woensdag 6 december 2017

Hélène Swarth -- Storm

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
wat gedichten
dbnl
historici
graf








Storm

In 't nachtlijk donker zweven zoele geuren.
Ik staar omhoog en zie geen sterre waken.
Bang nijgt de bloem ter aard, de wilgen treuren,
de bodem brandt. Ik voel een storm genaken.

Reeds ruischt de wilde wind, de wolken scheuren,
het loover trilt van angst, de twijgen kraken
en laten, machtloos, van den stam zich sleuren,
omhoog, omlaag, terwijl hun blaadren blaken.

Daar ploft een boom ter aarde, een schoone linde,
waar gister nog de vogels zingen kwamen.
Diep in de schors vereengen zich twee namen.

Doch waar zijn heden minnaar en beminde?
- Vraag 't aan den storm, die door de linde loeide,
en blad en bloem uiteenjoeg en verschroeide!


Hélène Swarth (1859-1941)
uit: Blauwe bloemen (1884)




• Het snorren-en-sabels-stripblad van Nederland: Zone 5300

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Jaap Harten -- Geen leuzen, geen gespijker & Mijn geboortedatum

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

dbnl
wikipedia
voorgelezen
overleden
nog een gedicht









Geen leuzen, geen gespijker

Ik spijker geen partijleuzen
aan mijn hinkende schrijfmachine
en ik distilleer in mijn hoofd
(of lever of hart, waar dan ook)
alleen de gretige waarheid
voor eigen gebruik.

De huid van de woorden is anders
dan hun kern, de tijd tikt niet
meer met een koperen pendel
en bloedarmoede is allang niet meer
romantisch; wij zijn
voorbij 1830, Heine, en alle Wilhelms
geland op grond waar het gras
niet meer zo groen is als goed is

wij zijn neergekomen bij het hese
metaal waar de kleine aëroplanen
uit Olieslagers' tijd als vlinders aan
de muur geprikt zijn

waar de snorren en sabels onschuldig
worden als brandgaatjes, waar
huzaren niet langer goedmoedig
op menukaarten staan.

Op de startbaan ligt nu de chemische
waarheid klaar om op te vliegen:
het ei van Einstein.


*


Mijn geboortedatum

Mijn geboortedatum werd
geschreven in een dorp
dat rook naar hooi
en paardehaar: het was
acht uur in de morgen
en de zon, als een
complimenteuze fotograaf,
stond het landschap
te bekijken van
ademloze september.

In mijn spaarpot viel
de eerste zilveren gulden,
in mijn ogen was nog geen
licht, maar wel een
begin zichtbaar van
glimmende stuiter
en mijn stem hinkte
ook nog maar op
éen gedachte: lucht.
Adem van september.

Mijn wieg knikkebolde
bij het slaan van de klok
- paukenslag in de diepte -
en de tijd bouwde mij
langzaam op, trok aan mijn
haar, gaf mij een schooltas
en begon een heel dorp
met zoemende boomgaarden
en kleurige of vinnige
mensen rond mij op te zetten.

Toen ik negen jaar was
sloop er een fout in de
geschiedenis, die niemand
meer uit zou kunnen gummen.
Met hartstocht ging een geweer
af en nog éen, en toen vlogen
honderd zware roofvogels
opeens laag over de grond
en zaaiden pitten van dood
in mensen en dieren die ik kende.

Ik was plotseling uit mijn kracht
gegroeid en stond te trillen
op mijn benen, te jong om te vechten,
te goud van hollands zonlicht
om mijn vleugels te sluiten.
Met tussen mijn ribben
een tandrad van angst
leefde ik verder met
ondergedoken ouders,
verborgen als een
speld in een hooiberg.


Jaap Harten (1930-2017)




• Het snorren-en-sabels-stripblad van Nederland: Zone 5300

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

maandag 4 december 2017

Charivarius -- St. Nicolaasklacht

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
wat gedichten



• portret: Annie de Meester






St. Nicolaasklacht

O, Sinterklaas, verschriklijk feest! o, jaarlijksche bezoeking!
U treffe in dit klaaglied mijn verwensching en vervloeking!
O avond van geheimpjes, van surprises en cadeaux,
Van pakjes van de post en mandjes van v. Gend & Loos,
Die 'k eerst een half uur stil laat staan, dan open met een zucht,
Omdat 'k, geleerd door droeve ondervinding, d' inhoud ducht;
Het angstzweet breekt me uit en 'k sta op 't punt om te bezwijken:
Als 't voorwerp nakend voor mij ligt - ik durf haast niet te kijken:
Een kussen, dat 'k niet noodig heb, een inktpot, of zoo iets,
Och kom, ik heb een vulpen, en zoo'n ding dat dient tot niets!
Een nare dure, vaas - o jee, die moet j' ‘een plaatsje geven!’
En wat het leelijkste is, dat blijft gewoonlijk 't langste leven;
Ja, wààr je 't zet, met stille hope op een ongeluk,
Vlak bij een rand, of op een hoek, dat ding dat wil niet stuk!
‘Sämmtliche Werke’ worden j' ook soms op je hals geschoven,
De druk te klein, 't papier van stroo, verguld op snee (van boven).
Of anders is 't een ‘schilderij’, waar 'k niet naar heb verlangd,
Dat is al héél erg, want 't fatsoen eischt dat je 't ergens hangt,
(Ja, alles, waar een lijst omheen is, heet een ‘schilderij’)
Natuurlijk moet je dankbaar zijn, je kijkt verrast en blij,
En of je 't mooi of leelijk vindt, je moet er, ten pleziere
Van wie het je heeft aangedaan, je kamer mee versiere'.
Dit door-en-door onzeedlijk feest, het leert het menschdom veinzen,
Want hoe 't ook in je binnenst' ziedt, je moet blij-dankbaar grijnzen.
Het is een tijd van klatergoud, van lorren en van prullen,
Waaraan de Priesters van de Wansmaak likkebaardend smullen.
Loop nu eens door de Kalverstraat, en zie eens om je heen,
Wanneer je in de winkels kijkt, dan krimpt je 't hart ineen.
Je gruwt van al de druk beblomde loopertjes en kleeden,
Die stapels van rood-pluche-met-vergulde aakligheden;
Zoo'n beeldj' op waglend voetstuk, heel goedkoop maar veel te duur,
Een klok met coupes - monsterlijk - à zooveel ‘'t Garnituur’.
Maar 't ergste komt nog. 't Is het zoeken naar den gullen gever.
Je zegt, met een gezicht alsof je last hadt van je lever:
‘Het is toch niet van jou?’ of: ‘zeg, weet jij hier soms iets van?’
En zes of zeven maal verdenk je den verkeerden man.
En altijd zijn 't onschuldigen, die j' aanklampt met je vragen,
En telkens heb je allebei een gek figuur geslagen...
...... ...... ...... ...... ...... ...... ...... ...... ...... ...... ......
Maar denk je dat 'k het allemaal meen? Kom, lezer, ben je dwaas!
Ik ken geen fijner kinderfeest, dan 't feest van Sinterklaas!


Charivarius (1870-1946)
Ruize-rijmen (1922)




• Het anderehoekste stripblad van Nederland: Zone 5300

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

zondag 3 december 2017

Ester Naomi Perquin -- Een of andere hoek

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
kb
dichter des vaderlands
website
leest voor








Een of andere hoek

De wereld was één huis, wat straten en de buren. De dagen
gingen traag. Je telde af. Kruiste wensen in de folders aan
alsof je invloed had. Wie de koek krijgt, wie de gard.

Soms zocht je naar een hint, naar pakjes in de voorraadkast.
Je trof er nooit iets aan. Je moeder maakte
chocolademelk uit lege dozen.

Je grote broer gebruikte woorden die niet mochten, noemde dat
gedichten. Er liep een spoor van plakband door het huis.
Briefjes met ‘verboden hier te komen’.

Je zag je moeder, in de keuken, rekeningen tellen. Huur, gas.
Te kleine winterjas, broek met lapjes. Een chocolade Piet,
afgeprijsd, omdat ’ie al gebroken was.

Straks, dacht je, staat de rijkdom op ons dak. Een vriend
waarin je bleef geloven. Een sterk verhaal dat zelfs
je grote broer niet had verpest.

De geur van jute. Alles begon. De maan scheen ook bij jullie
door de bomen, net zo groot als bij de rest.
Je zong zo hard je kon.

Ester Naomi Perquin (1980),
NRC, 2 december 2017




• Het anderehoekste stripblad van Nederland: Zone 5300

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Eliza Laurillard -- Misschien te helpen

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =


wikipedia
wat gedichten
dbnl









Misschien te helpen

'Wat scheelt je, Jan? Heb je verdriet?’
’Ja…neen, maar ‘k heb zoo’n kiespijn, Piet!’
‘Is ’t kiespijn? Ik beklaag je, man!
‘k Had zelf daar lest mijn portie van.’
‘Zoo? En wat heb je er aan gedaan?’
‘Ja- ‘k ben half gek naar huis gegaan,
En ‘k zette naast mijn vrouw mij neêr,
Die heel meêwarig, lief en teêr,
Mij zachtjes streelde langs de wang,
En ‘k zat, ja, wel twee uren lang,
Met mijn gezicht aan haar gezicht:
En ‘k voelde heusch mijn pijn verlicht.’
‘Dus is er hoop nog bij dit kruis!-
Zeg, is misschien je vrouw nu thuis?’


E. Laurillard (1830-1908)




• Het vijverrandelijkste stripblad van Nederland: Zone 5300

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

zaterdag 2 december 2017

A.C.W. Staring -- Sint Nikolaas

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
verhalen en gedichten
dbnl
gezongen ode aan Staring
herdenking









Sint Nikolaas
Een Sprookje

Komt hier eens, Kinders, en let op;
'k Vertel van Sinter-Klaas,
En van een brave Ambachtsman,
De arme Huibert-baas.

De goede Sinter-klaas was oud;
Hij droeg een witte baard;
En aan zijn witte mantel was
Het laken niet gespaard.

En als hij van zijn hoge stoep
De weg nam door de stad,
En dan zo deftig met die baard
En met die mantel trad,

Dan wisten ook de kinders al,
Naar welke kant hij ging,
En waarom weer dat brede zeil
Hem van de schouder hing:

Dan hield de goede man een pak
Voor 't volk op straat verstopt,
En bracht het naar ene arme buurt,
Met kinders opgepropt.

Daar sloeg hij dan zijn mantel los,
En 't was: "Dit is voor Jan,
Die daaglijks, als de meester roemt,
Zijn les het beste kan.

Dit is voor Keetje, die zo vroeg,
Het breien al verstaat;
En dit voor Hein, die niet meer dwingt,
En zich gezeggen laat.

En hier komt, voor die zieke bloed,
Daar ginder in de hoek,
Een peperhuis met vijgen aan,
En - kijk! - een prentenboek."

Zo stapte hij, deur in, deur uit,
Van steeg tot steegje voort;
Maar als hij op zijn schimmel zat,
Dan ging hij uit de poort!

Dan reed hij naar de buitenlui,
En schimmel had zijn vracht,
Want ieder kind, een uur in 't rond,
Dat arm was, werd bedacht.

Maar in de stad van Sinter-Klaas
Was ook een Ambachtsman,
Die at droog brood, en schaamde 't zich,
En sprak er niemand van.

Hij maakte schoenen al zijn best;
Hij werkte laat en vroeg,
En voor tien kinders en een vrouw
Was 't nog al niet genoeg.

Doch Sinter-Klaas vernam in 't lest,
Wat HIJ niet weten wou:
Hij zoekt, bij nacht, zijn woning op,
Spijt duisternis en kou.

Hij trekt het winkelvenster los,
Dat met geen grendel sluit;
En 't glasraam laat zijn goudbeurs in,
Door een gebroken ruit.

En 's andrendaags zet Huibert-baas
(Gij weet - die Ambachtsman!)
Zich bij de lamp reeds aan zijn taak,
Zo wakker als hij kan:

Daar valt hem, van de driestal, juist
Een kleine schoen in 't oog;
En, zie, die schoen bewaarde 't geld
Getuimeld van omhoog!

Nu denkt, wat vreugd bij man en vrouw,
En kindren alle tien! -
Wie, om een hoekje, van nabij
Hun vreugde eens had gezien! -

Nochtans hun vreugd was kort van duur;
Want Huibert riep: "Houd stil!
't Gevondene is geen oordje waard,
Voor die niet stelen wil!

't Hoort zeker aan die vreemde Heer,
Van gistren avond laat:
Hij stond, toen hij zijn riemen kocht,
Omtrent waar Antje staat;

En, naast haar, in die kinderschoe,
Lag net de beurs met goud! -
De burgemeester weet misschien,
Waar zich die Heer onthoudt:

Daar is mijn schort! ik moet er heen!
'k Wil lopen wat ik kan!
Zo sprak Huib, en, gelijk hij sprak,
Zo dééd de brave man.

Mààr - wat de Burgemeester deed? -
Hij ging naar Sinter-Klaas;
Want DIE toch schonk, naar HIJ 't begreep,
Het geld aan Huibert-baas.

Ras haalt men Huibert. Huibert komt -
Zijn meettuig in de hand:
De goede ziel kreeg Sinter-Klaas
(Gelijk hij dacht) tot klant.

Maar Sinter-Klaas sprak: "Huibert-baas,
Ik ben de man van 't geld:
Het vond zijn weg door 't vensterglas,
En hoefde geen geweld.

De beurs is in een kinderschoe
Gevallen, naar ik hoor?
Breng MIJ het paar, en hou' de beurs;
Ik geef ze er gaarne voor."

En Huibert wiste met de mouw
De tranen uit zijn oog,
Zei snikkend dank, en ging, en trad
Zo luchtig of hij vloog.

En, als nu vrouw en kind het wist,
Liep Huib weer op een draf -
Kocht leer in, bij zijn broeders weeuw -
En dong de sloof niet af.

En spoedig wist de ganse stad,
Hoe braaf baas Huibert was,
En praatte van de kinderschoe,
Waar 't geld in viel, door 't glas:

"Een kinderschoe bracht Huib geluk:
Dat blijv' zo!" riep elk een;
'k Bestel er bij geen ander meer -
Baas Huibert maak' ze alleen."

En Huib nam, van zijn jongenstroep,
Twee gasten tot zijn hulp,
En brak naar groter woning op,
Van uit zijn enge stulp;

Maar 't raam aan straat verhuisde mee
Voor alle schaa bewaard;
En 't bleef, ter eer van Sinter-Klaas,
Bij 't kleinkind nog gespaard.

(1820)

A.C.W. Staring (1767-1840)





• Verreweg 't staringste stripblad van Nederland: Zone 5300

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster