zondag 25 juni 2017

Anne Vegter -- onder een waarachtige hemel

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

kb
paar gedichten
wikipedia
dideva








• Uit ik hier jij daar, een coproductiebundel van de Palestijnse dichter Ghayath Almadhoun en Anne Vegter.



onder een waarachtige hemel

je liefste telde pauzes in je drinkgelag onder het huis ging de merel tekeer
met merels en goeie onderwerpen die nacht met schitterende regels

hij dreef me in een hoek (spelletje) we hadden een zwakke dag iets ontplofte
de stad verrees is er een protocol voor hoe je dan omgaat met beesten zei je liefste

haast ritmisch een bewonderenswaardige toon ik geloofde in royale afkomsten
al stond ik vreemd met bolle handen en inmiddels ging iedereen tekeer

de stad zakte lallend in elkaar

voor radeloosheid geen zei hij of een kleine aanwijzing: eerst slachtoffers maken
sommigen denken dat het eenvoudig is maar ik bedoel echte


Anne Vegter (1958)
uit: ik hier jij daar (1958)



• Het waarachtigste stripblad van Nederland: Zone 5300
• Speel het gedichtenspel

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Jan H. de Groot -- Zoo'n luie kerel

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

biografie
dbnl
schrijversinfo
christelijke encyclopedie










Zoo'n luie kerel

Het was een jonge lentedag
In 't bosch, lang uitgestrekt, daar lag
Zoo los en lui en loom
Een lummel van een kerel.
Die soesd' en droomde zoo van niets.
Hij lag maar lui en dacht soms iets.
En ergens in een hooge boom
Daar floot een jonge merel.

Hij praatte zoo wat voor zich heen,
En schopte met z'n eene been.
Zoo lui en lang en loom,
Lag daar die jonge kerel.
Hij soesd'en droomde en luisterde
Naar al wat trild'en fluisterde.
En ergens in een hooge boom
Daar zong een jonge merel.

Hij beet een dorrend talke stuk,
in bêi z'n oogen lag geluk,
En lang en los en loom
Luiwammeste die kerel.
De zon scheen door het knoppend blad,
Een leutig windje stoeide wat,
En ergens in een hooge boom
Daar jubelde een merel.


Jan H. de Groot (1901-1990)
uit: Verloren liedjes (1932)




• Het bejubeldste stripblad van Nederland: Zone 5300
• Speel het gedichtenspel

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

zaterdag 24 juni 2017

Aleidis Dierick -- De maaltijd

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
schrijversgewijs
leestafel










De maaltijd

Ik heb u lief kom eet frambozen
met mij vanavond in mijn groene tuin
mij smaakt uw mond als goede dingen
karnemelk en brood en abrikozen.

Zo rein uw lust uw lichaam heilig
voor mij geurt gij als rozemarijn
geheim als dille als kaneel en tijm
gij geurt geliefde als de vruchtbare vanille.

Gij eet het brood dit uur gaat niets verloren
de goede dingen worden wijdingsvol genoemd
wij worden teder met onszelf verzoend
's avonds als gij mij woordeloos gaat toebehoren.


Aleidis Dierick (1932)
uit: Een zomer voorzien (1977)




• Het balladigste stripblad van Nederland: Zone 5300
• Speel het gedichtenspel

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

vrijdag 23 juni 2017

F. Starik -- Sorry, Martien

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

website
wikipedia
youtube
npe








• Onderstaand gedicht van F. Starik staat in Moordballaden, een verzameling gedichten van 45 dichters over opgeloste en onopgeloste Nederlandse moordzaken. De bundel is een initiatief van Bart FM Droog en is hier gratis te downloaden.


HILVERSUM, 20 JANUARI 2002
Slachtoffer: MARTIEN VAN DER MEIJS (72)
Status: Onopgelost


Sorry, Martien

’s Nachts ga je de hond uitlaten
dat moet met een hond. Voor wie
in Hilversum woont, aan de rand
van een natuurgebied, ligt een hond

enorm voor de hand. Als je de De Ruyterlaan
uitloopt, de Zuiderheideweg oversteekt
ben je er al, de naam zegt genoeg. Die nacht
kwam je niet zover: je werd neergestoken

in je eigen laan, pal in het zicht van een camera
die feilloos registreerde hoe een onbekende man
met een lichte broek en een donker jack aan

meerdere malen redeloos op je instak,
met brute kracht. De politie vraagt
wie is die man? Bent u dat? Ja.


F. Starik (1958)




De 72-jarige Martien van der Meijs wordt als hij z'n hond uitlaat neergestoken, vlakbij zijn huis aan de Admiraal de Ruyterlaan in Hilversum. De dader is nooit gevonden.




• Het balladigste stripblad van Nederland: Zone 5300
• Speel het gedichtenspel

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

woensdag 21 juni 2017

Jan van Droogenbroeck -- Twee ghazelen

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

dbnl
wikipedia
npe








• GHAZELE beteekent eigenlik lofgedicht , en is eene oorspronkelik Perzische vorm door Rückert en Platen bij den Duitscheren ingevoerd. [Lees verder onder de gedichten.]


Tweede ghazele.
Wijn! breng hier!

Wijn, o Schenker! dat hemelsche goed, breng hier!
Die vloeiende vlammen, dien vlammenden vloed, breng hier!

Wijn, die het hert verheugt en den geest verrukt,
Die alle wee vergeten, belachen doet, breng hier!

Wijn, die vonkelt en flonkert, gelijk de dauw
In den kelke der bloemen bij morgengloed, breng hier!

Ik ben eene bie; men geve mij bloemen - glazen,
Dat ik er slurpe den honig zoet, breng hier!

Daar springt de kurk, daar klokkelt de flesch;
Hij speelt, hij spartelt... met spoed, breng hier!

Ha, du mijne wonne, hoe lachs du mij toe, mijne zonne,
Mijne vreugd, mijn geneucht, wees gegroet, breng hier!

Dat rilt mij door de aderen, dat warmt mij de borst,
Dat geeft mij kracht en leeuwenmoed, breng hier!

Schijn ik een dronkene reeds? - Haastig, nog meer;
De leeuw heeft geproefd der druiven bloed, breng hier!

Een, twee lekkere flesschen! ik wil niet
Gelijken den nuchteren menschengebroed', breng hier!



Negende ghazele.
De wereld is zoo wild een woud.

De wereld is zoo wild een woud, zoo wild,
Daarin loopt menig dierken stout, zoo wild.

De bloeme bloeit er in de bonte weî;
De vogel zwiert er door het hout, zoo wild.

Men is er 's morgens rijk, des avonds arm;
Men is er jong, men wordt er oud, zoo wild.

- Ik loop er als het vrije dierken voort,
Door dik en dun, door heet en koud; zoo wild.

Ik ledig mijnen beker, (schoon het lot
Mij soms een bitter bierken brouwt), zoo wild!

Eens had ik geld; dan zag ik, hoe de gek
Den nek brak, jagend achter goud, zoo wild;

Toen smeet ik snel de beurs van mij, - en thans
Zwier ik als vogel door het woud, zoo wild.


Jan van Droogenbroeck (1835-1902)
uit: Makamen en Ghazelen (1866)


GHAZELE beteekent eigenlik lofgedicht , en is eene oorspronkelik Perzische vorm door Rückert en Platen bij den Duitscheren ingevoerd.
De bouw der Ghazele is zeer kunstig, bijzonder veur wat het rijm betreft, dat van zes tot achttien malen weêrklinkt en zelfs dubbel, ja, van eene geheele phrase gevolgd, voorkomt.
Het metrum dezer gedichten is gansch willekeurig; enkel moet het eens aangeslagene geheel het stuk door volgehouden worden.
Meestal verdeelt men de Ghazelen in tweeregelige strophen; de regels der eerste strophen rijmen en, in de volgende, komt het rijm als eene soort van referein terug.
De Ghazelen zijn uit hunnen aard lyrisch.
De hier voorkomende Ghazelen zijn meestal door lezing Perzischer dichteren opgewekt; doch niet ééne verdient zelfs den naam van vrije vertaling: de dichter heeft getracht den raad te volgen des eerbiedwaardigen en geleerden HENDRIK ALBERT SCHULTENS, die, in zijner Verhandeling over de Dichtkunde der Oosterlingen, zegt:
‘De Oosterlingen voelen alleen, zonder te overleggen, te schikken en te beoordeelen. - Wij doen dit beide, en hebben dus boven hen een groot voordeel. Ondertusschen blijft 't zeker dat deze, en andere gebreken geene genoegzame reden uitmaken om hunne gedichten of te verachten, of te begrijpen dat men er niet van leeren kan. Grieken en Latynen hebben ook hunne gebreken, hunne bijzonderheden, die wij niet kunnen overnemen. - Een verstandig dichter evenwel weet van deze gebruik te maken, doet door het lezen van dezelve eenen schat van kundigheden en denkbeelden op, die zijne natuurlijke dichtvermogens nieuw vuur en leven bijzetten en hem in verscheidene gevallen zeer te stade komen. Deed men ditzelfde met de voortbrengselen der Oosterlingen, ik geloof niet, dat ik te stout spreek, wanneer ik zeg dat onze Poezij er zeer veel zou bij winnen.’


• Het eindelooste stripblad van Nederland: Zone 5300
• Speel het gedichtenspel

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

dinsdag 20 juni 2017

Eliza Laurillard -- Een vers dat als een nachtkaars uitgaat

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
wat gedichten
dbnl









• Warmweergedicht bij uitstek.


Een vers dat als een nachtkaars uitgaat

In een dilligence zaten
Negen menschen bij elkaar;
't Was een dag van groote hitte,
En de lucht was drukkend zwaar.

Alles wat die menschen zeiden,
Kwam zoowat op 't zelfde neer:
Niemand hunner sprak tenminste
Anders dan van 't heete weer.

Naast een jongen, dwazen dandy
Zat een onderofficier;
Nevens hem een rijzig zeeman,
Over dien een rentenier.

Naast den rentenier een nufje,
Als een uitgeknipte prent;
En naast haar een burgerjufvrouw
Met een Amsterdamsch accent.

't Was een ruwe paardenkooper,
Die weer achter deze zat,
En gewoon was zóó te spreken,
Of hij hooge ruzie had.

Aan zijn zijde een reizend hand'laar,
In zijn spreken razend vlug,
En daarnaast een rimp'lig bestje,
Bevend en gekromd van rug. -

" 't Is fameus!" zoo spreekt de dandy,
En daarbij wordt uiterst net
Met twee vingers en twee duimen
't Kneveltjen in krul gezet:

" 't Is fameus vandaag, meneeren!
Etouffant is de atmosfeer!
Men gaat waarlijk languisseeren
Naar wat vocht, - mijn woord van eer!"

"Ja!" zoo antwoordt hem de zeeman,
En zijn dasknoop zit al laag,
Maar hij trekt dien nog wat lager,
Tot zoowat de streek der maag:

"Erger nog as in Oostinje
Brandt de zon hier op je huid;
't Merg druipt weg uit al je knokkels;
't Pek loopt al de naden uit."

"Ja, 't is warm," zoo zegt de man nu
Die stil van zijn renten leeft,
En wiens hals een hooge heining,
Wit en helder om zich heeft:

" 't Is zeer warm," vervolgt hij, - keurig,
Of 't zóó naar de drukpers moet:
"Anders is de zon zoo lieflijk,
Maar thans kwelt derzelver gloed."

"Stel je voor," zoo zegt de krijger
Trekkend aan zijn kinnebaard, -
Hand'ling, waar een ernstig fronsen
Van het voorhoofd zich mee paart:

"Stel je voor, 'k heb met zoo'n hitte
Eens vijf uren gemarrcheerrd
't Was wat! Maar - in mijn carrière
Dient bepaald geobediëerd."

"Nou maar,"spreekt de paardenkooper
Op zijn ouden ruzietoon, -
En zijn pet, heel schuin gestooten,
Dekt zijn hoofd niet, maar zijn koon, -

"Nou maar, wat wou jullie praten!
'k Leg hier de verklaring af,
Dat ik eens een dag beleefd heb,
Dat een peerd geen schaduw gaf.

'k Was op weg: 'k wou wat schuilen
Achter 't peerd, maar ja! toen scheen -
't Is zoo waar als ik 't je zeg, hoor! -
't Zonnelicht er dwars doorheen."

" 'k Weet nog wel," zegt nu het bestje,
En het bruine bovenvlak
Van haar hand loopt langs haar neus heen, -
"Dat de musschen van het dak

Zoo maar morsdood kwamen vallen,
Doe ik nog een meiske was;
En het vee kreeg 's zeumers koeken,
Want er stond geen sprietje gras."

"Ja, enfin!" zoo spreekt de hand'laar
In een snellen woordenvloed:
"Zie je? een glaasje grog van bessen
Straks in 't Posthuis, dat doet goed.

Ik ben altijd reizend , zie je?
Nu, enfin, dan kent men dat.
Grog of Beiersch, - prachtig! heerlijk!
Van dat Beiersch, frisch van 't vat!"

"Och!" zucht nu de burgerjufvrouw
"Liefe minsch! 'k bin sou verhit!
't mot wel sijn, sou 'k haast geloufen
Da'k sou an de sonsij sit.

Op uws plaassie is 't nog beiter,
Maar hier sweit een minsch sich doud;
'k mot u seggen: van mijn handen
Loupt een plassie in me schout."

Van de hitte spraken allen, -
Maar die eene stijve nuf?
Wel, die zei daarbij maar telkens
Met haar zakdoek waaiend: "pf!"

In meer dan éénen zin, maar ook door dit besluit,
Gaat dit verheven dicht gelijk een nachtkaars uit.


E. Laurillard (1830-1908)
uit: Ernstig en los (1874)





• Het warmste stripblad van Nederland: Zone 5300
• Speel het gedichtenspel

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

maandag 19 juni 2017

Martijn Benders -- Wicht & Stilleventje uit dorpskroeg

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

website
wikipedia
leestafel
npe








• Onlangs verschenen: Nachtefteling, de nieuwe bundel van Martijn Benders




Wicht

Argwanend knispert grint onder haar voeten,
wanneer zij het graf van haar vader bezoekt.

Ze heeft een goudgele orchidee en in haar sproeten
tekent zich een ander gezicht, dat alleen hem is.

Zo dorven zich de dochters aan onze graven, vaders.
Alle verlokking bedacht in het wilde steen.

De ogenblikken graven in, op de bottenradar
wicht het goudgeel licht zijn orchidee.


*

Stilleventje uit dorpskroeg

Scheer je weg, mijn vriend, maak je uit de voeten.
Dat aftands gezicht van de barvrouw daar – dat zijn geen sproeten,
en het is geen knoflooklucht, of walm van loskomend behang,
nee, het is de stank van lieden die ogelen naar wiffels.

Kijk eens rond, alles zit op zijn plek: de bronzen deurklink,
de bronzen tap, de bronzen reling van de toog. De koekoeksklok.
Die tikt niet, maar klopt. Ga toch weg, maat, verdwijn.

Want het is of je hier aan de beademing kwijnt.
Kijk toch, de rode webben tussen de vingers van die klant.
Doet net of hij een krant leest. Waarop kauwt die hond?

Een handvol grond, of de wolken die ze in je mond gaan proppen
als je je aandacht verder laat verslappen, samen
met de veren van een blauw aangelopen zwaan.

Ren voor je leven! Daar komt de koffiejuffrouw aan
om je in haar mierzoete dwangbuis van onjeklonje te stoppen.
Het laatste loodje in je kop, laat het, ik smeek je.
Geraniums rukken op, skeletten van speeksel.


Martijn Benders (1971)
uit: Nachtefteling (2017)





• Het eindelooste stripblad van Nederland: Zone 5300
• Speel het gedichtenspel

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster